Zestien weken, zomaar weer voorbij.
Nog een weekje de baby voor mij alleen.. “inwerken” van beppe en gastouder. Lieve mensen, dat zit wel goed. Ik zit ook niet in over mijn kind, of het wel goed verzorgd zal worden. Maar ikzelf, ik ben degene die in nood is als ik haar niet zie. Ik zal me erg verlaten voelen als ik drie dagen op mijn werk zit. Het is alsof alle belangrijkheid meteen de eerste dag van mijn verlof van het werk is afgegleden. Het deed er niet meer toe, ik had immers alles gegeven. En achteraf krijg je toch altijd alleen gezeur te horen, alsof je de boel absoluut niet op een rijtje had. Het is standaard bij iedere vakantie. Dus voor een groot deel opgeblazen muggen.
En dat maakt het des te meer dat ik mijn wereldje zou willen veranderen. Er zijn zoveel andere dingen belangrijk in dit leven. Een typefout, een prioriteit 2 die 1 had moeten zijn en ga zo maar door. Lange gezichten om je heen, kijvende dames en pruttelende mopperende heren. Allemaal voor het belang van iets, dat opgeblazen is tot een hele op zich staande wereld. In de wereld van het pasgeboren kind en de moeder die het melk geeft en haar persoonlijke verzorging zijn die dingen naar de achtergrond verdwenen. Een glimlach is een avontuur! Een stem, bewegende lippen, ogen die elkaar ontmoeten, het kleine lijfje gekoesterd in mama’s armen. Het zweet in de nacht, na een paar uurtjes slaap alweer overeind. Het eind van een ochtend, die om vijf uur begon, het eind van mijn Latijn om drie uur ’s middags als eindelijk die kleine klepjes wat langer dicht blijven. En toch zou ik dat liever een jaar lang niet de rug toe willen keren. Gewoon, zien hoe mijn kind opgroeit. Er is geen geld voor. Het huis moet betaald. De “realiteit” onder ogen gezien worden. Sommigen kunnen die keuze wel maken, maar ik kan het nu niet.
Het kind zat in mijn lichaam, nu zit het in mijn bloed, mijn hersenen, mijn ogen en in mijn hart. Ik voel blind aan wat zij nodig heeft. Mijn kind en ik, nog helemaal één.




