Op zoek naar een plaatje van geld kwam ik een berichtje tegen over een gezin dat gesnapt was toen ze met nepgeld wilden betalen in een supermarkt.
Ze maakten geld na met een gewone printer en plakten er zilverkleurige stickertjes op. Natuurlijk kwam dat aan het licht.
Mijn eerste reactie is: wat sneu. Sneu, dat je zover komt dat je er zelf in gelooft en het uitprobeert. Maar ook sneu dat ze nu voor gek stonden als gezin. Sneu, dat je dus eigenlijk zo weinig geld hebt dat je op zo’n idee komt.
Er zijn genoeg mensen met meer, die de boel ook belazeren, maar die doen dat meestal veel geniepiger. Dus daar komt niemand achter. Ik ken mensen, die jaloers zijn op mijn salaris. Terwijl ik in geen tien jaar opslag heb gekregen voor wat ik doe. En terwijl we nog steeds in een meer dan twaalf jaar oude roestbak naar ons werk rijden. Zonder airco en zonder airbags. Zelfs zonder centrale deurvergrendeling. Ik doe dus blijkbaar iets verkeerd. Wij zijn van die mensen die altijd maar ons best doen om anderen te behagen met ons werk, en ons dan ook nog aangesproken voelen, wanneer daar kritiek op komt (bij een menselijke vergissing). Ik ken er ook, die dan gewoon zelf de boel overbluffen en een ander de schuld (groot woord voor een menselijke vergissing, maar toch) toeschuiven. Die krijgen er wel wat bij, want die onderhandelen bij ieder gesprek met hun leidinggevende nog maar eens en halen er ook zeker wat uit.
Natuurlijk praten we niet over geld. Dat doe je denk ik alleen als je weet dat je gesprekspartner net zo veel of weinig verdient als jij. Ik ken ook mensen in mijn omgeving, die meer dan tien keer zoveel verdienen als ik. Die zwemmen dus echt in hun geld. En dat zijn ook vaak de mensen die met verhalen komen over de tijd, dat ze het nog krap hadden, want ja, zo’n periode hoor je te hebben meegemaakt. (Met als ondertoon: maar ieder verstandig mens ontgroeit zo’n periode).
Laten we eerlijk zijn: dat is niet waar. Want dankzij de vele mensen die nooit aan die periode ontgroeien, zijn er ook een paar (wat minder) die veel meer kunnen verdienen. Dat doen ze door heel goede daden te verrichten, voor de maatschappij, voor hun omgeving, door heel verantwoordelijk te zijn en door slim te handelen. Met als ondertoon: als je zoveel niet kunt verdienen, doe je echt iets niet goed. En ze hebben gelijk: we doen iets niet goed. Wie niet eens een beetje bluft, maar liever op de achtergrond gestaag blijft doorwerken in opdracht van een ander, zal niet gauw opvallen door zijn of haar goede kwaliteiten. Hoogstens zal zijn of haar leidinggevende (heerlijk toch, zo’n titel, je geeft leiding aan je eigen ondergeschikten) met trots spreken over haar of zijn goede keuze van personeel. En daar weer eens wat extra’s voor opstrijken.
Je zult zeggen: die Leonne heeft weer eens een negatieve ondertoon.
Daarom stop ik hier nu snel mee. Het geld is op. Ik zal er een mooi briefje onder plakken waar we dan verlekkerd naar kunnen kijken. Maar niet teveel, anders wordt het nog nagemaakt of gestolen!




