Olympische dagen met de kop in het zand

30 07 2008

Olympisch sporter Jolanda Keizer laat zien wat ze kan door alles op alles te zetten aan de vooravond van de Spelen (zie: www.Jolandakeizer.nl)

Twee dingen die in het nieuws zijn de afgelopen dagen.
Grote vis Karadzic zal worden voorgeleid aan het zgn. Joegoslavië-tribunaal: het begin van een lang complex proces. Karadzic wordt wel op iets minder punten (11) aangeklaagd dan Milosevic (66). Maar toch denkt het tribunaal meer tijd nodig te hebben om alle grote verdachten gevangen te nemen en te berechten dan in 2010, wanneer het doek voor het tribunaal valt.

In China waar onze Spelen worden gehouden wordt voor de inwoners en de meeste toeristen niet alles zichtbaar van het systeem dat het land gaande houdt. Een belangrijk aspect wordt met veel succes verborgen gehouden. Daarover gaat het boek: the great wall of confinement. We kunnen zeggen dat dit niets met de Spelen te maken heeft, noch met onze levendige handel met het land, want de meeste mensen weten het niet. Maar als we dit wel weten, mogen we er ons (van dat land) niet mee bemoeien, want dat zijn hun binnenlandse aangelegenheden. Daarover wil ik een opmerking maken. Het lijkt mij een prachtig land waar alle inwoners van zouden moeten kunnen genieten. Als het land voor zoveel mensen een gevangenis is waar ze zich niet mogen uiten op vredelievende wijze, en als mensen met huis en al moeten wijken en op straat terecht komen vanwege de Spelen, krijg je toch op zijn minst dubbele gevoelens bij die Spelen? Als de organisatoren er niet eens opmerkingen over durven te maken tegen dat land, slapen die dan ’s nachts lekker? Ten koste van wat gaan we door met de kop in het zand?

Er is al heel wat over gezegd en geschreven. De meeste reacties op dit onderwerp gaan in de richting van: verpruts het plezier van de Spelen nou niet of: je moet je met die dingen niet bemoeien. Of sterker nog: het is niet waar, het zijn bedenksels. Is dat omdat wij daar zo goedkoop onze spullen kunnen produceren? Er is ook een andere manier om deze redenering van tafel te schuiven, namelijk: we zijn geen haar beter, kijk ook eens naar Amerika met de doodstraf en onrechtvaardig rechtssysteem enzovoort. Okee, zullen we daar dan ook maar niets meer van zeggen? Zullen we gewoon helemaal niets meer zeggen als we zien dat iets niet helemaal in de haak is (of: helemaal niet in de haak)? Er is nog een andere reden om niets te zeggen, zeker niet op internet: Big brother is watching you. We worden in de gaten gehouden en komen zelf in gevaar. Allemaal verhalen met een stukje waarheid denk ik. Maar nog kun je dan kijken naar degenen die zo heldhaftig zijn dat ze in opstand komen of om hulp durven roepen. En als je niks doet, kun je het op zijn minst zien in plaats van het weg te schuiven.





Smilla’s gevoel voor sneeuw.. eh.. regen

7 07 2008

Regen. Een oerhollands knus gevoel overviel mij. Ik werd er slaperig van en ging lekker in mijn slaapzak liggen luisteren. Het was als vroeger toen ik nog klein was. Af en toe een saaie dag waarop je liever binnenblijft hoort er gewoon bij in een Hollandse vakantie. In Zuid-Frankrijk creëerden wij die dag zelf door te laat op te staan om ons nog door de warmte naar boven te kunnen worstelen, de berg op. Dan bleven we lekker bij de tent en lazen allebei een boek.

Toen ik in de tent lag, naar boven starend maar uiteindelijk met de ogen dicht, dacht ik aan het boek Smilla’s gevoel voor sneeuw, waarin een groot aantal soorten sneeuw beschreven wordt, allemaal net even anders dan de andere. Zo was het met deze regen ook: onophoudelijk ging het door boven mijn hoofd ratelend op het tentdoek, maar toch telkens een beetje anders van klank. Dan weer vielen de druppels gestaag, alsof ze even pauzeerden en vielen ze iets zachter neer, om daarna weer neer te knallen alsof een stel emmers tegelijk werd geleegd op de weerloze tentdoeken op het terrein waar wij stonden. De volumeknop werd aangedraaid en de druppels ratelden nu neer. In de verte een dreigend grommen van het onweer.

Heel langzaam maar zeker maakte zich een verveeld en daarna geïrriteerd gevoel van mij meester. Het duurde maar en duurde maar. Toen begon ik bij te houden hoe lang deze bui al bezig was en hoe lang ik al probeerde een klein slaapje te doen in mijn slaapzak. Het lukte niet en dus ging ik er maar uit om net als Rudi en Bente een wandelingetje te maken over de camping. Na een stukje tv te hebben gekeken met elkaar (want natuurlijk kom je met zijn allen uit in de recreatiezaal, een ijsje etend, tv kijkend of een boek lezend) liepen we terug naar de tent. Mijn broek was onder het rode plastic regengewaad dat ik over mijn schouders had geworpen inmiddels kleddernat en onze irritatie hadden we gebundeld tot een vreselijke afkeer van de eindeloze regenstraal van boven. We stopten in tien minuten al onze belangrijkste spullen in de auto en reden naar huis. De volgende morgen zouden wij opnieuw terugkomen en hopelijk een droge tent inpakken.

Terwijl ik dit schrijf ben ik geïnspireerd (geeuw) door de zoveelste langdurige bui, die ditmaal lekker op ons huis valt en niet vlak boven mij op het tentdoek. Ik hoef straks niet door het natte gras naar de wc voordat ik lekker in mijn bedje kruip.