
Van dit schilderij van Van Gogh hadden wij vroeger thuis een reproductie.
Het is zo’n beetje in mijn hoofd gegroeid. Dus bij het woord “zaaier” zie ik deze plaat voor me.
We hebben een paar heel kleine zaadjes in de tuin gezaaid dit weekend van winterwortelen en bosuien.
Spitten was het volgende dat ik heb gedaan.
Ik was blij dat de tuin vrij groot is, want het blijkt toch wel dat samen werken in de tuin het beste gaat als je allebei rustig je eigen dingetje kunt doen. In elk geval wat mij betreft.
Het was een heerlijk weekend met lekker weer. Een regenbuitje vind ik echt niet erg, ik snap nog steeds niet dat er dan zoveel over wordt geklaagd. Maar misschien ben ik wel gek. Het doet er niet zoveel toe, ik zou het heel onnatuurlijk vinden als het nooit zou regenen.
Fantaseren maar weer over die tuin en zaden en planten van de gekste soorten besteld: appelwortel (Polymnia Sonchifolia of Yacon, uit Zuid-Amerika afkomstig) en aardpeer (Helianthus tuberosus of topinambour) bijvoorbeeld. Patisson (Cucurbita pepo) en alpiene alpenaardbei. En struiktomaat, een kleine soort. Wel soorten die lekker schijnen te smaken en die goed aangeschreven staan in bijvoorbeeld restaurants. Want thuis lekker eten is nog leuker dan uit eten gaan! Ook in een restaurant zou ik dingen proberen die ik niet eerder had gehad, met een zekere grens natuurlijk (geen stierenbal of kalfstong), vooral wat groenten betreft. Deze groenten heb ik nog nooit gehad, behalve de bosaardbei. Onze buurman op de tuin zei, dat hij niet zulke ingewikkelde dingen plantte, maar meer in de trant van aardappels en aardbeien (“gewone”). Ook die zijn lekkerder uit eigen tuin dan uit de winkel in elk geval. Of het ingewikkelder is om een andere plant te nemen weet ik niet. Gewoon anders. Ik heb een hang naar anders, het is niet anders. Verder koos ik voor Bergamot en Vrouwenmunt (Tanacetum balsamita of Balsemwormkruid) voor de geur en om thee te zetten. En Zonnehoed (Echinacea Purpurea). Dus naast de bietjes en wortelen, uien en pompoenen ook kruiden en specerijen. Thuis heb ik de zaadjes van Artisjok en Koriander in kweekpotjes gedaan, samen met Bente die dat heel spannend vond.
Deze diertjes kwamen we ook steeds tegen in de tuin, meer dan twee weken terug: de regenworm (mooi! Die gaat onze tuin omspitten..) en de engerling (larve van de meikever: oei, die gaat onze plantenwortels aanvreten, hij ziet er hongerig uit!).


Welke dieren zouden er ’s nachts over de tuin vliegen? Waarschijnlijk wat vleermuizen en een paar uilen in elk geval, want die zitten hier wel in de buurt. Of er ook mollen zijn weet ik niet, maar klemmen zagen we wel in het schuurtje van de tuinen. Net als muizenvallen. Dus zullen er ook muizen zijn. De grote onzichtbare meeëters dus. Zodra straks het groen opkomt, grazen de kaken van vele dieren erop los. Dan is het tijd voor het plaatsen van de netjes, de valletjes, de blikjes bier in de grond (?) en andere ingewikkelde, hopelijk zinvolle tuinactiviteiten.
Heerlijk toch, een beetje kletsen over tuinieren en regenwormen.