En dan is het weer de dag van dodenherdenking.
Ik doe er altijd aan mee.
En na die paar minuten stilte en de kranslegging ga ik op zoek naar stilte op de tv, of misschien een goede film.
Maar vaak is het herrie, en veel gebabbel.
Dus lees ik de krant. Die houdt zijn mond als ik niet lees. En dan heb ik mijn eigen stilte.
Maar nu las ik dan weer een bericht dat mij koud doet worden van ontzetting: elke keer weer vergeet ik, dat ik dan wel in vrede leef, maar zoveel anderen niet. Ik heb wel een vredige jeugd gehad, maar er zijn zoveel kinderen die folteraars als opvoeders hebben gekregen. Vaak ook nog een stiefouder, die er blijkbaar geen zin in heeft en er vervolgens niet alleen een potje van maakt, maar ook nog het kind met graagte kapotmaakt. Ik blijf het maar niet snappen.
Dan bedenk ik: dat is dus oorlog.
Dat je zo moet leven, moet zien te overleven als kind.
Zonder echte ouders, zoals ouders horen te zijn.
Dat is oorlog die niet voorbij lijkt te gaan.
De dood die je herdenkt is dan het leven dat dit meisje of deze jongen niet gegund is.
Ik heb het bericht uit de krant in pdf hierbij gevoegd (zie de link op het woordje “bericht”).

