Op respectabele leeftijd

Poem heette vroeger Onah.
Ze is waarschijnlijk geboren in 1983 en kwam met haar zusjes uit hetzelfde nest bij mijn zuster en haar twee dochters in huis, waar ze geliefd was. Poem was ook een rakker, ze kon deuren openen door op de klink te springen en stal kaas en stukken vlees uit de keuken van de buren.
Haar vaderkat was een Siamees, de moeder was een rooie poes.
Toen Onah ongeveer zeven jaar was, gingen haar bazinnen naar Amerika verhuizen en vroegen ze mij om voor haar te zorgen, want anders zou ze in een asiel moeten worden gedaan. Iets dat niemand wilde dus was het logisch dat ze van Rotterdam met trein en bus via Sexbierum naar ons huis in Beetgum werd gebracht. Een reis die ze afschuwelijk vond. Ze vond het ook afschuwelijk om in een mand opgesloten te zitten. Dus toen ze eruit kwam in ons huis, waar wij al een poes hadden, Soetie, was ze helemaal van de kaart. Dat heeft een aantal dagen geduurd. Tenslotte was ze ook nog krols met de nodige geluiden erbij. Nadat ze was gesteriliseerd werd Onah rustiger. Ze stond een beetje op de tweede plaats, omdat ze ook weleens wat kattig en dominant deed tegen onze Soetie. Ze kreeg de naam Poem toen, omdat ze eigenlijk een kleine wilde Poema was.
Na de dood van Soetie woonde Poem als enige kat in ons huis en was tevreden, hoewel ze het hele huis doorsnuffelde op zoek naar haar vriendinnetje. Maar nu was ze de hoofdkat en mocht altijd op schoot. Dat vond ze fijn.
Ze ging met mij mee naar mijn nieuwe relatie en bleef, ook al was daar eigenlijk liever geen plekje voor haar, mijn vriend en nieuwe schoonfamilie hield eigenlijk juist wel van dieren en werd al gauw vriendjes met Poem.
Poem ging mee op wandelingen, ook toen Bente geboren was en al op de driewieler kon, ze liep mee tot de speeltuin en vond zelf de weg terug naar huis. Dit deed ze ook al in Beetgum, ze liep helemaal mee tot Beetgumermolen en wachtte tot wij terugkwamen. Zo liep ze ook mee met Rudi en mij van Lippenhuizen tot Gorredijk.

Kortom, een hele avontuurlijke kat die zich aan haar baasjes hechtte en die niet in de steek liet.
Poem heeft in haar oude jaren wel een aantal keren last van blaasontsteking gehad. Ze moest ook erg wennen toen Bente werd geboren en zij een tijdlang minder aandacht kreeg dan voorheen. Toen we allemaal gewend waren had zij haar plekje in het gezin terug en zat ze heerlijk hele avonden weer bij ons op schoot.
Tijdens de vakanties als wij weg waren werd er goed op haar gepast door onze buurvrouw.
Aan het eind van haar leven, ze was al bijna 24, kreeg Poem een grote bobbel op haar ruggegraat. Haar achterpoten gingen niet goed meer mee. Ze leek geen pijn te hebben, maar liep wel moeilijk, het wilde niet. Ze deed erg haar best om alles nog te kunnen zoals een echte kat betaamd. Maar uiteindelijk werd ze zo mager en keek ze heel verdrietig, toen haar achterpoten het echt niet meer deden. Dit alles heeft maar een paar weken geduurd. We vonden dat we haar verdere ellende moesten besparen. We hebben haar op 9 januari 2008 bij een vriendelijke dierenarts een spuitje laten geven waarna ze snel in diepe slaap raakte en nog een spuit waaraan ze overleed. Zo kwam Poem pijnloos maar snel om het leven. Nu ligt ze begraven onder een bloeiend boompje in onze tuin.

Dag lieve, ouwe trouwe Poem! (De vorige zin bevat een link naar foto’s van Poemie).

1.jpg 4.jpg 5.jpg 6.jpg

Afscheid van een vriend

Ik heb mijn vorige stukje vol luxeprobleempjes koud op internet geplaatst of word geconfronteerd met iets heel anders, iets veel heftigers.

Er zijn van die dingen die je voor jezelf kunt afsluiten, bewaren en af en toe naar je toe kunt halen zodat je er even aan kunt voelen. Zo is het ook met mijn relatie geweest die ik eigenlijk niet verder heb afgemaakt of beter gezegd niet heb voortgezet met Rufus.

Nu heb ik dan, bij “toeval” (wie gaat mij vertellen dat toeval bestaat? Volgens mij is het toeval een aangereikte kans om een nieuwe keuze te maken), via Rudi’s werk gehoord dat Rufus vandaag is overleden (Rudi is dtp-er en maakt o.a. rouwkaarten, geboortekaartjes en ander digitaal printwerk en drukwerk).

Daar zat ik met heel andere gevoelens ineens.
Ik was al een halve dag verder en had een bijzonder gesprek met een vrouw gehad in de speeltuin, terwijl onze kinderen heerlijk speelden. Zij vertelde mij o.a. dat haar man van 34 net was geopereerd en herstellende aan darmkanker. Nogal heftig dus. Toen belde Rudi en vertelde me dat Rufus zijn kaart net door de printer ging. Rufus had al jaren (ik denk vanaf ongeveer 1999) MS. Mijn voornaamste herinneringen aan hem stammen van mijn Loesje-tijd. Hij was altijd zo ontzettend enthousiast en vol vuur om dingen te ondernemen. Zo hebben we veel gebrainstormd en posters in Leeuwarden geplakt. We zijn ook naar Parijs geweest met een bus vol Loesje-lui. En we zijn met zijn tweeën naar Zuid-Frankrijk geweest waar we druiven hebben geplukt. Terug naar huis zijn we een paar dagen in Parijs blijven plakken (ditmaal als stelletje in een hotelletje) en hebben we nog meegemaakt dat, bij de aftiteling van de film waar we naar gekeken hadden, onze bioscoop in brand gestoken werd en helemaal afbrandde. Het was een vampierfilm met David Bowie erin. In de hoofdzaal draaide echter: the last Temptations of Christ, en daar werd nogal tegen geageerd in die tijd.
Al deze dingen hebben we meegemaakt toen Rufus nog geen MS had.
Het was een heel bijzondere tijd en een mooie warme band die we hadden. Daarbij was het een heerlijke zomer in een ander land. Thuis hebben we aan onze relatie vrij snel een einde gemaakt vanwege de vele verschillen, vooral in leeftijd, tussen ons. Later heb ik hem nog een keer opgezocht toen hij al MS had.

En nu is hij niet meer hier.
Hij heeft een mooi egodocument achtergelaten met veel tips voor anderen met MS. Zoals hij was, alles bij de naam noemend van de dingen die hij deed om zijn ziekte wat leefbaarder te maken. Vindingrijk en vol doorzettingsvermogen zoals hij was. Een bijzonder en lief, maar vooral ook eerlijk mens.

Van hem heb ik geleerd hoeveel hij met zijn moeder en vader deelde en hoeveel waardering je voor je ouders kunt opbrengen. Veel meer dan ik wist dat mogelijk was. Met mijn eigen vader ben ik later ook veel vriendschappelijker omgegaan. We hebben nog zoveel voor elkaar kunnen betekenen. Zo had hij dat ook met zijn ouders: het waren echt zijn beste vrienden (los van dat ook hij gezonde behoefte had aan een privéleven met eigen vrienden).

Zelf voel ik het zo: misschien heb ik me ver weg van hem opgehouden, maar deze gevoelens voor hem zijn diep vanbinnen gaan zitten. Voor mij is Rufus in mijn gedachten dus heel dichtbij. Maar anderen hebben hem bijgestaan en verzorgd toen hij ziek was. Als ik het zo mag beoordelen is dat heel liefdevol gebeurd.